/news/newsItem/media/medium[active="1"][not(tags/tag/name="homepage")]
beeld: Ronald Hoogendoorn
beeld: Ronald Hoogendoorn
beeld: Ronald Hoogendoorn

Tijd voor een nieuwe generatie?

Gepubliceerd op
do 16 jan 2020 15:05
Door: Redactie Volleybalkrant

Missie Tokio is mislukt. Zowel de mannen als de vrouwen zullen niet aanwezig zijn tijdens de Olympische Spelen van aankomende zomer. Ondanks een flinke investering van de Nevobo (in meerdere opzichten) zal het Nederlands zaalvolleybal geen afgevaardigden hebben in Tokio. Komt deze generatie spelers en speelsters na het uiteenspatten van de Olympische droom aan haar einde?

a30151c8-8c92-451f-b180-92a3d87b6bb6,252022ab-508a-41c8-8ee1-de38d11f3998,072c5bc0-b6ca-4709-9a0c-7a7a1cb2b467,830fa493-2bec-4b2a-813a-f1ced38233ec,830fa493-2bec-4b2a-813a-f1ced38233ec

Buitenkans
Joop Alberda had maar één doel: beide nationale teams naar Tokio. Hij zei het in interviews en was vervolgens vastberaden de nationale teams een kans te geven om zich te kunnen kwalificeren met de steun van het thuispubliek. De geschiedenis heeft immers uitgewezen dat spelen in eigen land een groot voordeel is. De volleybaldames gingen namelijk tijdens OKT1 in Bari had onderuit tegen Italië. Ook tijdens het EK was het Turkse thuispubliek te overdonderend voor Oranje.

Het lukte. Na de afgelopen zomer voor de mannen wist de Nevobo het OKT2 voor de vrouwen in huis te halen. De Lange Mannen wisten in Ahoy harten te winnen tijdens een sterk OKT1 waarin Zuid-Korea en België verslagen werden. Het streed vervolgens in de ‘finale’ tegen Amerika tot aan de laatste punten voor een Olympisch ticket, maar verloor met 1-3. De vrouwen hadden ruim een week geleden in Apeldoorn alle ingrediënten om zich voor eigen publiek te kwalificeren. Maar waar de trein in de groepsfase tegen Polen al even haperde, toonde het zich slecht weerbaar in de verloren halve finalewedstrijd tegen Duitsland. Met een deceptie dropen de dames af. Zo’n kans krijgen zowel de mannen als vrouwen niet snel nog een keer.

Gegokt en verloren
De Nevobo koos richting de Olympische spelen voor twee Italianen. De #roadtotokio bij de mannen vervolgde zich vorig jaar na het vertrek van Gido Vermeulen onder de vleugels van Roberto Piazza. Onder de gepassioneerde coach speelde Oranje in Ahoy een sterk OKT1, maar het daaropvolgende EK (in eigen huis!) verliep echter teleurstellend. Tijdens OKT2, anderhalve week geleden in Berlijn, werd Oranje al heel snel wakker uit hun droom nadat er twee keer zonder setwinst verloren werd van Servië en Bulgarije. Ook bij de vrouwen werd er, weliswaar op het laatste moment, gekozen voor een ervaren Italiaan. Giovanni Caprara werkte aan harmonie en het zelfvertrouwen (echt tijd om te trainen was er namelijk niet) en dat moest het verschil maken. Maar dat bleek niet de sleutel.
Beide Italiaanse coaches voerden binnen de selectie opvallende transformaties door. Floortje Meijners kwam na twaalf jaar weer terug bij het nationaal team en bij de mannen moest Jelte Maan de reddende engel zijn. Beide spelers, die internationaal al jaren goed presteren, werden meteen ingepast en kregen een basisplek. De komst van Maan leek op een ‘goed’ moment te komen vanwege een aantal blessures, maar tijdens het OKT2 in Berlijn kwam hij niet uit de verf. Floortje Meijners had bij de vrouwen een wat nadrukkelijkere invloed op het spel, maar haar aanwezigheid zorgde ervoor dat onder andere Maret Grothues (de laatste jaren basisspeelster) vanaf de kant moest toekijken. Daarnaast kreeg Britt Bongaerts weinig kans het spel wat meer te variëren. Ook Roberto Piazza hield bij de mannen stug vol aan zijn basis zevental. In zes verloren sets, waarin Oranje niet één keer de twintig haalde, zag hij in Wouter ter Maat, Robbert Andringa en Maarten van Garderen geen oplossing.

Toekomst
De kans is groot dat dit voor een aantal spelers en speelsters van de nationale teams “de laatste kans” was. Het gros van de selecties is jarenlang voor het Nederlands team uitgekomen, maar de leeftijd begint te tellen. De absurde zomerprogramma’s zorgen er daarnaast voor dat spelers en speelsters vrijwel geen rust hebben. Met de clubcompetities, bekers, play-offs, Champions League (of CEV of Challenge Cup), Volleyball Nations League, EK of WK en dit jaar tot twee keer toe Olympische kwalificaties spelen internationals in een jaar grofweg tussen de 60 en 70 wedstrijden. Dat is heel moeilijk tot je 35e vol te houden. En gezien het feit dat de spelers alleen bij hun clubs hun brood verdienen, is de kans aanwezig dat er binnenkort bij zowel de mannen als de vrouwen belangrijke pionnen weg gaan vallen nu de Olympische droom uiteen is gespat. De volleybaldames hebben nog een nieuw doel, het WK 2022 in eigen land. Dat kan voor een aantal speelsters een motivatie zijn om door te gaan. Bij de mannen moet die kwalificatie nog gerealiseerd worden en dat is een lange weg. Daarnaast lijkt daar de spoeling van nieuwe spelers dun.

De vraag is natuurlijk wat de Nevobo wilt. Moet het door selecteren? En moeten ze door met de Italiaanse volleybalmeesters?

De stelling van de week is dan ook: ‘Het is tijd voor een nieuwe generatie binnen de nationale teams’.

Plaats een reactie

4 reacties:

072c5bc0-b6ca-4709-9a0c-7a7a1cb2b467,6b157739-0b49-47b9-b129-2a7f1fc62c09

Populaire artikelen

externalId=volleybalkrant2019-news-detail-1.1.1.2.2.1.2.1.1&filter[active]=1
830fa493-2bec-4b2a-813a-f1ced38233ec,892bc08f-0547-488e-bd82-89879b8115c3